Nochtans menen de verzoekende partijen voor het verwijzend rechtscollege dat de in het geding zijnde bepaling een verschil in behandeling tot gevolg heeft tussen kandidaat-vluchtelingen van wie het beroep wel door een drieledige kamer wordt behandeld en kandidaat-vluchtelingen van wie het beroep door een lid wordt behandeld, dat, door het feit dat het beslist het beroep als alleenrechtsprekend lid te behandelen, blijk zou hebben gegeven van een vooroordeel vóór enige verdere behandeling van het beroep.
Toutefois, les parties requérantes devant la juridiction a quo estiment que la disposition en cause a pour effet une différence de traitement entre les candidats réfugiés dont le recours est examiné par une chambre à trois juges et les candidats réfugiés dont le recours est examiné par un juge qui, par le fait qu'il a décidé d'examiner le recours comme juge unique, aurait exprimé un préjugé avant tout autre traitement du recours.