De verzoekende partijen in de zaak nr. 1452 zijn van mening dat zij via de tegen de Staat ingestelde rechtsgedingen de verhoopte terugbetaling niet meer kunnen krijgen, en dus dat de hoven en rechtbanken, door de werking van de wet van 23 maart 1998, zich in de onmogelijkheid bevinden zich uit te spreken over de wettigheid van de bijdragen.
Les requérants dans l'affaire n° 1452 estiment qu'ils ne peuvent plus obtenir, par le biais des procédures engagées contre l'Etat, le remboursement escompté, et donc que les cours et tribunaux sont, par l'effet de la loi du 23 mars 1998, dans l'impossibilité de se prononcer sur la légalité des cotisations.