(20) In het verlengde van artikel 11, lid 3, onder f), van Richtlijn 2000/60/EG dienen kunstmatige aanvulling of vergroting van grondwaterlichamen als toelaatbare praktijk te worden aangemerkt, mits hiervoor een toestemming is verleend, en dienen zij als een waardevolle methode voor het beheer van waterbronnen te worden erkend.
(20) Conformément à l'article 11, paragraphe 3, point f) de la directive 2000/60/CE, la recharge ou l'augmentation artificielle des masses d'eaux souterraines devraient être considérées comme des pratiques permises sous réserve d'une autorisation et reconnus comme des méthodes utiles de gestion des ressources hydriques.