Ten slotte is er ook artikel 494 van het wetsvoorstel, dat zonder onderscheid toepasselijk lijkt voor alle strafrechtelijke instanties en de regel herneemt die vervat zit in het huidig artikel 162, 2e lid, tweede zin van het Wetboek van strafvordering, dit wil zeggen de verplichting om de burgerlijke partij die in het ongelijk wordt gesteld in de gerechtskosten te veroordelen indien de strafvordering door haar toedoen in werking werd gesteld.
Il y a, enfin, l'article 494 de la proposition de loi, qui semble applicable indistinctement devant toutes les juridictions répressives et qui reprend la règle de l'actuel article 162, alinéa 2, deuxième phrase, du Code d'instruction criminelle, à savoir l'obligation de condamner la partie civile qui succombe aux frais de justice si c'est elle qui a mis l'action publique en mouvement.