De werknemer die om dienstredenen gebruik maakt van een fiets als persoonlijk privé-vervoermiddel, en voor zover door de hiërarchische verantwoordelijke of zijn/haar gemachtigde hiervoor toelating is verleend, heeft recht op een vergoeding zoals bepaald in artikel 3, § 2.
Le travailleur qui, pour des raisons de service, fait usage d'un vélo comme moyen de transport personnel, et pour autant que son responsable hiérarchique ou son mandaté l'ait autorisé, a droit à une intervention de l'employeur telle que prévue à l'article 3, § 2.