Vervolgens verwijst spreekster naar de memorie van toelichting, waarin het volgende staat : « Artikel 7 stelt dat de uitvoerende Staat geen vergunning aflevert indien wordt vastgesteld dat er een onevenredig groot risico bestaat dat de betrokken wapens zouden bijdragen aan een bedreiging van de vrede en veiligheid, [.] » (stuk Senaat, nr. 5-2520/1, p. 11).
L'intervenante se réfère ensuite à l'exposé des motifs qui prévoit que « l'article 7 dispose que l'État signataire ne délivrera pas d'autorisation s'il existe un risque prépondérant que les armes faisant l'objet de la demande puissent contribuer à menacer la paix et la sécurité, (...) » (do c. Sénat, nº 5-2520/1, p. 11).