Bij het verstrijken van de termijn van vier maanden, desgevallend verlengd overeenkomstig het derde lid, en bij ontstentenis van verzet of overzending van een attest dat er geen verzet werd aangetekend aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, wordt de verklaring onmiddellijk ingeschreven en vermeld zoals bepaald in artikel 22, § 4.
Au terme du délai de quatre mois, prolongé éventuellement conformément à l’alinéa 3, et à défaut d’opposition ou d’envoi d’une attestation de non-opposition à l’officier de l’état civil, la déclaration est inscrite d’office et mentionnée conformément à l’article 22, § 4.