5. stelt bezorgd vast dat de partnerschapsovereenkomsten inzake visserij over het algemeen neerkomen op een transfer van geld naar derde landen in ruil voor het recht om hun visbestanden te exploiteren, waarbij het samenwerkingsaspect van deze overeenkomsten wordt verwaarloosd; is van oordeel dat de partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Marokko hier een voorbeeld van is; vestigt de aandacht op het feit dat deze restrictieve visie op de partnerschapsovereenkomsten inzake visserij volkomen haaks staat op de geest en de uitdrukkelijke doelstellingen ervan;
5. signale avec préoccupation que, de façon générale, les APP se sont souvent résumés à un transfert de crédits vers des pays tiers en échange du droit d'exploiter leurs ressources halieutiques, au mépris de la dimension de coopération de ces accords; estime que l'APPI entre l'Union et le Maroc en est un exemple; attire l'attention sur le fait que cette conception restrictive des APP est contraire à leur esprit et à leurs objectifs explicites;