Uit het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 18 april 1967 voorafgaat waarbij in artikel 8 van het Wetboek der successierechten het hiervoor bedoelde voordeel werd ingevoegd, blijkt dat dat besluit voornamelijk twee doelstellingen beoogde : enerzijds, te zorgen voor een strikt verdelende rechtvaardigheid door alle situaties met soortgelijke economische gevolgen te beogen en, anderzijds, de inachtneming van overwegingen van maatschappelijke orde door een weduwe (Pasin.
Le rapport au Roi précédant l'arrêté royal du 18 avril 1967 qui a inséré l'avantage susvisé dans l'article 8 du Code des droits de succession révèle que cet arrêté poursuivait essentiellement deux objectifs : celui, d'une part, d'assurer une stricte justice distributive en visant l'ensemble des situations aux conséquences économiques similaires et, d'autre part, le respect de considérations d'ordre social, en permettant à la fois à une veuve (Pasin.