Uit artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek vloeit voort dat, opdat een dienst zou zijn vrijgesteld op grond van die bepaling, het moet gaan om een dienst die, enerzijds, nauw samenhangt met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en, anderzijds, wordt verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.
Il découle de l'article 44, § 2, 2°, du Code de la TVA que, pour être exemptée de la TVA sur la base de cette disposition, une prestation de services doit, d'une part, être étroitement liée à l'assistance sociale, à la sécurité sociale et à la protection de l'enfance et de la jeunesse et, d'autre part, être accomplie par des organismes de droit public ou par d'autres organismes reconnus par l'autorité compétente comme ayant un caractère social.