In zijn prejudiciële vraag refereert de verwijzende rechter aan artikel 8.1, § 3, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, in de versie ervan zoals vervangen bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, dat werd genomen ter uitvoering van artikel 76, § 1, van het BTW-Wetboek.
Dans sa question préjudicielle, le juge a quo se réfère à l'article 8.1, § 3, de l'arrêté royal n° 4 du 29 décembre 1969 relatif aux restitutions en matière de taxe sur la valeur ajoutée, dans la version remplacée par l'arrêté royal du 29 décembre 1992, qui a été pris en exécution de l'article 76, § 1, du Code de la TVA.