Ofschoon de wetgever op wettige wijze vermag aan te nemen dat, zoals het Hof heeft beslist in het arrest nr. 27/2000 van 21 maart 2000, wanneer een overtreding is begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, « de dader van die overtreding normalerwijze de persoon is die het voertuig op zijn naam heeft laten inschrijven » (B.4), kan die vaststelling evenwel niet worden toegepast op het geval van een verkeersovertreding die werd begaan met een voertuig dat is ingeschreven op naam van een rechtspersoon.
Si le législateur peut légitimement considérer, comme la Cour l'a décidé dans l'arrêt n° 27/2000 du 21 mars 2000, que lorsqu'une infraction a été commise au moyen d'un véhicule automoteur immatriculé au nom d'une personne physique, « cette infraction a normalement pour auteur la personne qui a fait immatriculer le véhicule à son nom » (B.4), ce constat ne peut toutefois pas s'appliquer au cas d'une infraction de roulage commise par un véhicule immatriculé au nom d'une personne morale.