De in § 2 vermelde bepalingen zijn van toepassing op het personeelslid dat houder is van een vereist bekwaamheidsbewijs en dat tijdelijk wordt aangesteld of aangeworven, maar de uitoefening van die afwijking kan geen nadeel veroorzaken voor een personeelslid dat houder is van een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat zelfde ambt, dat kandidaat is voor dat ambt, het uitoefent of heeft uitgeoefend binnen de inrichtende macht, onder dezelfde voorwaarden inzake anciënniteit, die echter gedurende de laatste drie schooljaren werd verworven.
Les dispositions reprises au § 2 s'appliquent au membre du personnel, porteur d'un titre requis et désigné ou engagé à titre temporaire mais l'exercice de cette dérogation ne peut porter préjudice à un membre du personnel porteur d'un titre requis pour cette même fonction, candidat pour cette fonction, l'exerçant ou l'ayant exercée au sein du pouvoir organisateur à concurrence des mêmes conditions d'ancienneté mais acquises au cours des trois dernières années scolaires.