« de regering (...) zich maar al te zeer bewust (is) van het feit dat de rijksambtenaren en het personeel van de rechterlijke organisatie werken voor aanzienlijk verschillende instanties; zij maken deel uit van onderscheiden machten, met eigen doelstellingen, hiërarchie, functies en cultuur».
« [l]e gouvernement n'est que trop conscient du fait que les agents de l'État et le personnel de l'organisation judiciaire travaillent pour des instances très différentes; ils font partie de pouvoirs distincts qui ont leurs propres objectifs, hiérarchie, fonctions, culture».