b) Iedere Lid-Staat ziet erop toe dat de kapitein van een vissersvaartuig dat de vlag voert van of geregistreerd is in een derde land, of diens gemachtigde, bij aanvoer bij de autoriteiten van de Lid-Staat waarvan hij de aanvoerplaatsen gebruikt een aangifte indient voor de juistheid waarvan in de eerste plaats de kapitein of diens gemachtigde verantwoordelijk is en waarin de aangevoerde hoeveelheden, alsmede de datum en de plaats van elke vangst worden vermeld.
b) Chaque État membre veille à ce que, lors du débarquement, le capitaine d'un navire de pêche battant pavillon d'un pays tiers ou enregistré dans un pays tiers, ou son mandataire, soumette aux autorités de l'État membre dont il utilise les lieux de débarquement une déclaration faisant état des quantités débarquées, ainsi que de la date et du lieu de chaque capture, déclaration dont le capitaine ou son mandataire atteste l'exactitude.