Om de Koning in de gelegenheid te stellen de kwaliteiten van de diverse kandidaten te vergelijken moet hij in staat zijn hun titels en verdiensten te kunnen vergelijken, niet alleen zoals zij door de kandidaten zelf zijn naar voren gebracht, maar ook op basis van de adviezen van de korpsoversten, zoals vereist is in artikel 107 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
Si l'on veut que le Roi soit en mesure de comparer les qualités des différents magistrats, il doit pouvoir confronter leurs titres et leurs mérites, non seulement tels qu'ils sont présentés par les candidats eux-mêmes, mais aussi sur la base des avis des chefs de corps, prévus à l'article 107 des lois sur le Conseil d'État.