Iedereen heeft het recht zijn levensovertuiging in volle vrijheid te beoefenen zolang hij daarbij geen schade berokkent aan anderen en iedereen heeft het recht de « waarheid » van zijn levensovertuiging te verkondigen via de vrijheid van meningsuiting» (...). Dat wil echter nog niet zeggen dat de levensbeschouwelijke vrijheid absoluut is.
Chacun a le droit de vivre ses convictions philosophiques en toute liberté tant que, ce faisant, il ne cause aucun dommage à autrui et chacun a le droit de professer la « vérité » de sa conviction idéologique, par le biais de la liberté d'expression» (...) « Cela ne signifie cependant pas que la liberté philosophique soit absolue.