In de richtsnoeren wordt een onderscheid gemaakt tussen gebieden met mededinging ("zwarte" gebieden"), waar geen staatssteun nodig is, en niet‑winstgevende gebieden of gebieden met weinig dekking ("witte" en "grijze" gebieden), waar staatssteun gerechtvaardigd kan zijn, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan is.
Les lignes directrices distinguent entre les zones compétitives (zones «noires»), où aucune aide de l'État n'est nécessaire, et les zones qui ne sont pas rentables ou qui sont mal desservies (zones «blanches» et «grises»), dans lesquelles une aide de l'État peut se justifier si certaines conditions sont remplies.