In her appeal against that decision, Ms Förster claimed, inter alia, that she was already sufficiently integrated into Dutch society during the period at issue to be able to claim a maintenance grant as a student under Community law.
In hoger beroep tegen die uitspraak heeft Förster met name gesteld dat zij gedurende het tijdvak in kwestie al voldoende in de Nederlandse samenleving was geïntegreerd om als student op grond van het gemeenschapsrecht aanspraak te hebben op een beurs om in haar levensonderhoud te voorzien.