Superstructure, in particular: rails, grooved rails and check rails; sleepers and longitudinal ties, small fittings for the permanent way, ballast including stone chippings and sand; points, crossings, etc.; turntables and traverses (except those reserved exclusively for locomotives),
bovenbouw, met name: spoorstaven, groefspoorstaven en strijkspoorstaven; dwarsliggers en langsliggers, klein bevestigingsmateriaal, ballastbed, met inbegrip van grint en zand; wissels; draaischijven en rolbruggen (met uitzondering van die welke uitsluitend dienen voor krachtvoertuigen).