Earthing devices shall be provided at tunnel access points and, if the earthing procedures allow the earthing of a single section, close to the separation points between sections. These shall be either portable devices or manually or remotely controlled fixed installations.
Bij de toegangspunten van de tunnel en, indien de aardingsprocedures de aarding van een enkele sectie toelaten, in de nabijheid van de sectiescheidingen, moet in aardingsmogelijkheden worden voorzien, hetzij in de vorm van draagbare toestellen, hetzij hand- of afstandbediende vaste installaties.