Family members of Union citizens as referred to in Article 3 of Directive 2004/38/EC shall provide only documentary evidence proving that they travel to accompany or join the Union citizen and the family relationship with the Union citizen as referred to in Article 2(2) or the other circumstances referred to in Article 3(2) of that Directive.
Familieleden van burgers van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2004/38/EG dienen slechts bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat hun reis tot doel heeft de burger van de Unie te vergezellen of zich bij hem te voegen, en bewijsstukken waaruit hun familieband als bedoeld in artikel 2, lid 2, van die richtlijn blijkt, dan wel de andere omstandigheden bedoeld in artikel 3, lid 2, van die richtlijn.