Carcinogénicité (voir aussi rubrique 4.8) Les patients recevant un traitement immunosuppresseur présentent un risque accru de développer des lymphomes non hodgkiniens et d’autres tumeurs, à savoir des cancers de la peau (mélanome et non-mélanome), des sarcomes (de Kaposi et non-Kaposi) et un cancer du col de l’utérus in situ.
Carcinogeniciteit (zie ook rubriek 4.8 ) Patiënten die een immunosuppressieve therapie krijgen, lopen een hoger risico op ontwikkeling van een non-hodgkinlymfoom en andere kankergezwellen, met name huidkanker (melanoom en niet-melanoom), sarcoom (kaposi- en non-kaposisarcoom) en baarmoederhalskanker in situ.