Par arrêt n° 193.435 du 19 mai 2009 en cause de Tedde Okum contre l'Etat belge, représenté par le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 2 juin 2009, le Conseil d'Etat a posé la question préjudicielle suivante :
Bij arrest nr. 193.435 van 19 mei 2009 in zake Tedde Okum tegen de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 juni 2009, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :