1. Lorsque l'inconduite consiste à refuser délibérément d'obtempérer à un ordre oral ou écrit de la Cour qui n'est pas relatif à la règle 170 et que cet ordre s'accompagne d'une menace de sanctions en cas de refus d'obtempérer, le juge président de la Chambre saisie de l'affaire peut interdire à l'intéressé d'assister aux audiences pendant une période ne pouvant excéder 30 jours ou, en cas d'inconduite plus grave, lui imposer une amende.
1. Ingeval het wangedrag leidt tot de opzettelijke weigering een schriftelijk of mondeling bevel van het Hof dat geen verband houdt met regel 170 na te leven en dit bevel gepaard gaat met een dreiging van straf ingeval het bevel verder niet wordt nageleefd, kan de rechter die de kamer voorzit bij welke de zaak aanhangig is gemaakt, de betrokkene het verbod opleggen de zitting te volgen gedurende een periode die dertig dagen niet mag te boven gaan of, in geval van ernstiger wangedrag, hem een boete opleggen.