Art. 4. Sans préjudice des dispositions de l'article 8 de l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif à la politique du bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, l'employeur doit effectuer une analyse des risques pour tous les actes de violence, de harcèlement moral ou sexuel au travail dont les travailleurs ont été victimes et qui font l'objet d'une plainte motivée ou qui ont été inscrits dans le registre des actes de violence au travail visé à l'article 6.
Art. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, moet de werkgever een risicoanalyse uitvoeren voor alle feiten inzake geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk waarvan de werknemers het slachtoffer zijn geweest en die het voorwerp zijn van een met redenen omklede klacht of die werden ingeschreven in het register over feiten van geweld op het werk bedoeld in artikel 6.