Art. 5. En aucun moment la dette active des emprunts accordés par la société, sans tenir compte des primes d'assurance vie, ne peut dépasser 3 500 000 BEF, majoré de façon cumulative de 150 000 BEF dans les cas mentionnés à l'article 5, § 1, premier alinéa du présent arrêté.
Art. 5. Op geen enkel ogenblik mag de uitstaande schuld van de door de vennootschap toegestane leningen, zonder rekening te houden met de levensverzekeringspremies, F 3 500 000 overschrijden, cumulatief verhoogd met F 150 000 in de gevallen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid van het besluit.