20. dringt er bij de Kroatische regering op aan ten behoeve van de rechterlijke macht opleidingsfaciliteiten te verstrekken betreffende de tenuitvoerlegging van de Wetgeving inzake Gendergelijkheid (GEL) en de anti-discriminatiewetgeving; merkt op dat tot dusverre geen enkel recht
sbesluit op één van deze wetten is gebaseerd; is ingenomen met de benoeming van een vrouw als premier, maar dringt aan op een nog actievere bevordering van de participatie van vrouwen in het politieke leven, waarbij het opmerkt dat het aantal vrouwen in alle lokale overheidsinstanties in de lokale verkiezingen van dit jaar verminderd is (om een voorbeeld te no
...[+++]emen, het aantal vrouwelijke "zupans" verminderde van drie tot één); benadrukt de noodzaak van grotere inspanningen ter ondersteuning van slachtoffers van geweld binnen het gezin; neemt kennis van de vooruitgang die in Kroatië bereikt is op het gebied van de wetgeving inzake haatmisdrijven en dringt er bij de regering op aan verdere stappen te doen om te verzekeren dat er een passend juridisch kader bestaat en om het probleem aan te pakken van de discriminatie tegen seksuele minderheden, waarbij ook sprake moet zijn van grondig onderzoek naar haatmisdrijven en bedreigingen;