17. relève que la pauvreté des personnes âgées est fortement sexospécifique et que les femmes risquent davantage que les hommes de subir des discriminations dans l'accès à l'éducation, au travail, aux revenus, aux soins et à l'héritage; souligne que des régimes
de sécurité sociale suffisamment dotés, notamment pour verser des pensions décentes, revêtent une importance particulière pour les femmes, dont les droits peuvent, sinon, être très limités après qu'elles ont exercé des emplois faiblem
ent rémunérés et/ou travaillé à mi-temps, leur ca ...[+++]rrière professionnelle ayant souvent été interrompue par des responsabilités familiales et des périodes de chômage;
17. wijst erop dat het geslachtsspecifieke aspect een grote rol speelt bij armoede op hoge leeftijd, en dat vrouwen waarschijnlijk eerder dan mannen geconfronteerd worden met discriminatie op het vlak van toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt, inkomen, gezondheidszorg en nalatenschap; wijst erop dat toereikende socialezekerheidsstelsels, met inbegrip van behoorlijke pensioenen, met name van belang zijn voor vrouwen wier aanspraken zeer beperkt kunnen zijn als gevolg van slecht betaald werk en/of deeltijdwerk en talrijke onderbrekingen door de uitoefening van taken binnen het gezin en werkloosheid;