Art. 2. A condition que les dispositions du chapitre II, section 1 de la loi du 1 avril 2003 portant exécution de l'accord interprofessionnel pour la période 2003-2004,
publiée au Moniteur belge du 16 mai 2003, soient prolongées pour la période 2005-2006, l
es entreprises sont tenues de verser chaque trimestre en 2005-2006, une cotisation de 0,10 p.c. des appointements bruts des employés barémisés et barémisables du dernier trimestre écoulé au profit du fonds de sécurité d'existence instauré par la convention collective de travail du
...[+++]7 octobre 2004.
Art. 2. Op voorwaarde dat de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 1 van de wet van 1 april 2003 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 mei 2003, worden verlengd voor de periode 2005-2006 zijn de ondernemingen in 2005 en 2006 er toe gehouden voor elk kwartaal, een bijdrage ten belope van 0,10 pct. van de bruto wedden van de gebaremiseerde en baremiseerbare bedienden van het verlopen kwartaal, te storten ten voordele van het fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 2004.