Il cite aussi les arrêts Gebremedhin (26 avril 2007, nº 25389/05) et M.S.S c. Belgique (21 janvier 2011, nº 30696/09), qui affirment que dans le cas où un État partie décide de renvoyer un étranger vers un pays où il y a des motifs sérieux de croire qu'il courrait un risque en termes de l'article 3 CEDH, l'article 13 CEDH exige que l'intéressé ait accès à un recours de plein droit suspensif.
Tevens verwijst hij naar het arrest-Gebremedhin (nr. 25389/05 van 26 april 2007), alsook naar het arrest-M.S.S. vs België (nr. 30696/09, 21 januari 2011). Die arresten geven aan dat in het geval waarin een Verdragsluitende Staat beslist om een vreemdeling terug te sturen naar een land waar er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat hij een risico in de zin van artikel 3 EVRM zou lopen, artikel 13 EVRM vereist dat de betrokkene toegang heeft tot een rechtsmiddel met schorsende werking.