§ 1. Les biens apportés à la fondation privée provenant d'un parent et offerts en tant que don par avancement d'hoirie, sont considérés, au moment du décès de ce parent, avoir été obtenus en nature en tant que part d'héritage par l'enfant au profit duquel la fondation privée a été créée si le juge de paix a accordé une autorisation à cet effet.
§ 1. De in de private stichting ingebrachte goederen afkomstig van een ouder en geschonken als voorschot op erfdeel, worden op tijdstip van overlijden van deze ouder geacht in natura verkregen te zijn als erfdeel door het kind in wiens belang de private stichting werd opgericht indien de vrederechter daartoe een machtiging heeft verleend.