1. Lorsque le déficit excessif résulte du non-respect du critère relatif au rapport concernant le déficit public défini à l'article 104 C paragraphe 2 point a), le montant du premier dépôt comprend un élément fixe égal à 0,2 % du PIB et un élément variable égal au dixième de la différence entre le déficit exprimé en pourcentage du PIB de l'année précédente et la valeur de référence de 3 % du PIB.
1. Indien het buitensporige tekort te wijten is aan niet-naleving van het criterium met betrekking tot de in artikel 104 C, lid 2, onder a), bedoelde overheidstekortquote, bestaat het bedrag van het eerste deposito uit een vast bestanddeel, gelijk aan 0,2 % van het BBP, en een variabel bestanddeel, gelijk aan een tiende van het verschil tussen het als percentage van het BBP uitgedrukte tekort in het voorgaande jaar en de referentiewaarde van 3 % van het BBP.