La circonstance que la qualité d'allocataire ait été attribuée à un des parents dans la convention de divorce est donc indifférente, puisque la disposition en cause empêche en toute hypothèse que la qualité d'allocataire soit reconnue à chaque parent séparé.
De omstandigheid dat de hoedanigheid van bijslagtrekkende aan een van de ouders werd toegekend in de echtscheidingsovereenkomst, is dus onbelangrijk omdat de in het geding zijnde bepaling alleszins verhindert dat de hoedanigheid van bijslagtrekkende aan elk van de gescheiden ouders wordt toegekend.