considérant que, par arrêt du 7 juillet 1992 rendu dans l'affaire C-295/90, la Cour de justice a annulé la directive 90/366/CEE du Conseil, du 28 juin 1990, relative au droit de séjour des étudiants (1), tout en maintenant en vigueur les effets de la directive annulée jusqu'à l'entrée en vigueur d'une directive adoptée sur la base juridique appropriée;
Overwegende dat het Hof van Justitie, bij arrest van 7 juli 1992 in zaak C-295/90, Richtlijn 90/366/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende het verblijfsrecht voor studenten (1) heeft nietig verklaard, met handhaving van de gevolgen van de nietig verklaarde richtlijn tot de inwerkingtreding van een op de juiste rechtsgrond berustende richtlijn;