Conformément à l'article 1er, § 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit a un minimum de moyens d'existence, tout Belge ayant atteint sa majorité civile, qui a sa résidence effective en Belgique et ne dispose pas de ressources suffisantes et n'est pas en mesure de se les procurer soit par ses efforts personnels, soit par d'autres moyens a droit à un minimum de moyens d'existence.
Op grond van artikel 1, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, heeft iedere Belg die zijn burgerlijke meerderjarigheid heeft bereikt, die zijn werkelijke verblijfpIaats in België heeft en die geen toereikende bestaansmiddelen heeft, noch in staat is deze hetzij door eigen inspanningen, hetzij op een andere manier te verwerven, recht op een bestaansminimum.