Elles estiment que les arrêts du Conseil d'Etat rendus le 24 avril 2002 et rejetant les recours introduits contre les arrêtés royaux des 22 décembre 1995 et 28 octobre 1996 démontrent qu'il est porté atteinte de manière discriminatoire, en ce qui les co
ncerne, au droit un procès équitable et au droit à un recours effectif puisque le Conseil d'Etat y décide que l'irrégularité d'une loi, quand bien même elle serait constatée par la haute juridiction administrative, n'est pas de nature à priver celle-ci de ses effets en dr
oit interne, ce qui signifie que la va ...[+++]lidation en cause ne saurait être tenue en échec par le Conseil d'Etat, quelle que soit l'irrégularité de droit interne ou de droit international qui la caractérise.Zij zijn van mening dat de arresten van de Raad van State die op 24 april 2002 werden gewezen en waarin de beroepen werden verworpen die waren ingesteld tegen de koninklijke besluiten van 22 december 1995 en 28 oktober 1996, aantonen dat met betrekking tot die beroepen op discriminerende wijze afbreuk wordt gedaan aan het r
echt op een eerlijk proces en aan het recht op een effectief beroep, vermits de Raad van State daarin beslist dat de onregelmatigheid van een wet, zelfs wanneer die door het hoge administratieve rechtscollege zou zijn vastgesteld, niet van dien aard is dat zij aan die wet haar gevolgen in de interne rechtsorde ontneemt
...[+++], wat betekent dat de in het geding zijnde geldigverklaring door de Raad van State niet zou kunnen worden tegengewerkt, ongeacht de onregelmatigheid naar intern of internationaal recht waardoor zij wordt gekenmerkt.