— Toute personne qui fait l’objet d’une privation de liberté a le droit, pendant toute la durée de sa privation de liberté, de recevoir une quantité suffisante d’eau potable, d’utiliser des sanitaires adéquats et, compte tenu du moment, de recevoir un repas».
— Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberoving heeft tijdens de ganse duur van zijn vrijheidsberoving recht op voldoende drinkwater, het gebruik van aangepast sanitair en, rekening houdende met het tijdstip, recht op een maaltijd».