Les conclusions du Conseil du 25 juin 2013[37] indiquent que le cadre pour l'après-2015 devrait intégrer les dimensions économique, sociale et environnementale du développement durable de façon équilibrée pour garantir des conditions de vie élémentaires (notamment en ce qui concerne l’eau et l’assainissement), promouvoir les moteurs de l’«économie verte» et encourager l’exploitation, la gestion et la protection durables des ressources naturelles.
In de conclusies van de Raad van 25 juni 2013[37] is vermeld dat in het kader voor de periode na 2015 de economische, sociale en ecologische pijlers van duurzame ontwikkeling in evenwicht moeten zijn, ter ondersteuning van een basislevensstandaard (waaronder water en sanitaire voorzieningen), de motoren van de “groene” economie en het duurzame gebruik en beheer en de duurzame bescherming van natuurlijke rijkdommen.