De GOC voerde aan dat er bewijs moet zijn van een huidig voordeel dankzij een subsidieprogramma en dat het feit dat er in andere zaken compenserende maatregelen tegen programma's zijn ingesteld, ontoereikend is, aangezien dergelijke bevindingen betrekking hebben op een ander OT.
Die chinesische Regierung brachte vor, es müssten Beweise für einen aktuellen Vorteil durch eine Subventionsregelung vorliegen; die Tatsache, dass Programme in anderen Fällen angefochten worden seien, sei unzureichend, da sich solche Feststellungen auf einen anderen UZ bezögen.