Allereerst een opmerking over de belangrijkste kwestie, de referentiebegroting voor de periode 2000 – 2004: natuurlijk hadden we liever een akkoord bereikt over een bedrag dat in de buurt zou komen van de door het Europees Parlement voorgestelde som van 850 miljoen euro. De Commissie en de Raad hadden een bedrag van 613 miljoen euro voor ogen.
Beim Referenzhaushalt für den Zeitraum 2000-2004, der das Hauptproblem war, hätten wir es natürlich vorgezogen, wenn man sich auf einen Betrag hätte einigen können, der näher an den vom Europäischen Parlament vorgeschlagenen 850 Millionen Euro als bei den von Kommission und Rat festgesetzten 613 Millionen Euro liegt.