In dat geval concludeert de investeerder op grond van de absolute grootte van zijn aandeelhouderschap en de relatieve omvang van het andere aandelenbezit, dat hij een voldoende dominant stemgerechtigd belang heeft om aan het machtscriterium te voldoen zonder met enigerlei ander bewijs van macht rekening te hoeven houden.
In diesem Fall zieht der Investor auf Basis der absoluten Größe seiner Beteiligung und der relativen Größe der anderen Anteilsbeteiligungen den Schluss, dass er einen hinreichend dominanten Stimmrechtsanteil besitzt, um das Kriterium der Verfügungsgewalt zu erfüllen.