Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag en uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat bij de rechter hoger beroep is ingesteld tegen een beslissing die door een vrederechter werd gewezen op 4 september 2014, zijnde na de inwerkingtreding van de artikelen 136 en 274 van de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank.
Aus dem Wortlaut der Vorabentscheidungsfrage und aus der Vorlageentscheidung geht hervor, dass der Richter mit einer Berufung gegen eine Entscheidung befasst wurde, die ein Friedensrichter am 4. September 2014, also nach dem Inkrafttreten der Artikel 136 und 274 des Gesetzes vom 30. Juli 2013 zur Schaffung eines Familien- und Jugendgerichts, getroffen hat.