Overwegende dat in Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer(3) ten aanzien van een groot aantal soorten is bepaald, dat moet worden aangetoond dat adequate voorzieningen voor de huisvesting e
n de verzorging van levende specimens daarvan voorhanden zijn alvorens de invoer van de bedoelde specimens in de Gemeenschap wordt toegestaan; dat het krachtens genoemde verordening bovendien verboden is voor commerciële doeleinden specimens van de in bijlage A opgenomen soorten ten toon te stellen, tenzij daart
...[+++]oe voor educatieve doeleinden of voor onderzoeks- of fokdoeleinden een specifieke afwijking is toegestaan,
Nach der Verordnung (EG) Nr. 338/97 des Rates vom 9. Dezember 1996 über den Schutz von Exemplaren wildlebender Tier- und Pflanzenarten durch Überwachung des Handels mit ihnen(3) ist es erforderlich, den Nachweis für das Vorhandensein geeigneter Einrichtungen für die Unterbringung und Pflege lebender Exemplare zahlreicher Tierarten zu erbringen, bevor deren Einfuhr in die Gemeinschaft genehmigt wird. Dieselbe Verordnung verbietet die Ausstellung von Exemplaren der in Anhang A genannten Arten zu Erwerbszwecken in der Öffentlichkeit, sofern keine Ausnahmegenehmigung zu Bildungs-, Forschungs- oder Zuchtzwecken erteilt wird.