Uit de bij artikel 10, laatste zin, opgelegde verplichting om het origineel van de aantekeningen voorgeschreven bij het voormelde artikel 155 bij de stukken van de rechtspleging te voegen in geval van hoger beroep, kan worden afgeleid dat de wetgever aldus heeft gehandeld opdat het rechtscollege in hoger beroep toegang zou kunnen hebben tot dezelfde informatie als die waarover het rechtscollege in eerste aanleg beschikte (hetgeen gewaarborgd wordt door de handtekening van de voorzitter en van de griffier).
Artikel 155 vorgeschriebenen Aufzeichnungen den Verfahrensakten im Falle einer Berufung beizufügen, kann auf die Absicht des Gesetzgebers zurückzuführen sein, dem Berufungsrechtsprechungsorgan Zugang zu denselben Informationen zu verschaffen wie dem Rechtsprechungsorgan erster Instanz (was durch die Unterschrift des Vorsitzenden und des Kanzlers gewährleistet wird).