Bij Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer van landbouwproducten (3) is met name bepaald dat bepaalde documenten moeten worden overgelegd als bewijs dat de producten waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd, in ongewijzigde staat in een bepaald derde land zijn ingevoerd, wanneer voor dat derde land een gedifferentieerde restitutie geldt.
Gemäß der Verordnung (EG) Nr. 800/1999 der Kommission vom 15. April 1999 über gemeinsame Durchführungsvorschriften für Ausfuhrerstattungen bei landwirtschaftlichen Erzeugnissen (3) müssen bestimmte schriftliche Nachweise dafür vorgelegt werden, dass die Erzeugnisse, für die Ausfuhrerstattungen beantragt werden, tatsächlich in unverändertem Zustand in ein bestimmtes Drittland eingeführt wurden, wenn für dieses Drittland eine differenzierte Ausfuhrerstattung gilt.