Krachtens artikel 187, eerste en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, hebben de veroordeelde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij en de burgerlijke partij vijftien dagen de tijd om verzet aan te tekenen tegen een bij verstek uitgesproken strafvonnis.
Gemäß Artikel 187 Absätze 1 und 3 des Strafprozessgesetzbuches verfügen der Verurteilte, die zivilrechtlich haftende Partei und die Zivilpartei über eine Frist von fünfzehn Tagen, um Einspruch gegen ein im Versäumniswege verkündetes Strafurteil einzulegen.