21. onderstreept dat verkiezingen alleen als democratisch, vrij en eerlijk kunnen worden beschouwd als van tevoren aan bepaalde voorwaarden is voldaan, onder meer: eerbiediging van de politieke en burgerrechten, eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie, gelijke toegang tot de media en eerbiediging van een politiek pluralisme dat de kiezer een daadwerkelijke keuze biedt;
21. betont, dass bestimmte Voraussetzungen erfüllt sein müssen, damit Wahlen als demokratisch, frei und fair gelten können, darunter Achtung der politischen und bürgerlichen Rechte, Achtung der Meinungs- und Informationsfreiheit, gleichberechtigter Zugang zu den Medien und Achtung des politischen Pluralismus, so dass die Wähler eine echte Wahl haben;