1. De partijen zullen, met i
nachtneming van hun wederzijds belang en hun economische doelstellingen op middellange en lange termijn, streven naar economische samenwerking op een wijze die bijdraagt tot groei van hun economieën, versterking van hun internationale concurrentiepositie, bespoediging van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang, verhoging van hun respectieve levensstandaard,
totstandkoming van gunstige omstandigheden voor het scheppen van goede werkgelegenheid en, kortom, bevorderlijk is voor divers
ificatie e ...[+++]n nauwere onderlinge economische banden.