In de derde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht uitspraak te doen over de mogelijke schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, door artikel 43bis, eerste lid, van het Strafwetboek, doordat ingevolge voormelde bepaling een beklaagde die een misdri
jf beging, zelfs in éénzelfde geding zwaarder kan worden gestraft dan een andere beklaagde die een identiek misdrijf beging, louter op basis van opportuniteitsoverwegingen door het openbaar minis
...[+++]terie.In der dritten präjudiziellen Frage wird der Hof gebeten zu befinden, ob Artikel 43bis Absatz 1 des Strafgesetzbu
ches möglicherweise gegen die Artikel 10 und 11 der Verfassung, gegebenenfalls in Verbindung mit Artikel 6 der Europäischen Menschenrechtskonvention sowie Artikel 14 des Internationalen Paktes über bürgerliche und politische Rechte verstosse, indem ein Angeklagter, der eine Straftat begangen habe, infolge der obengenannten Bestimmung sogar in ein und demselben Verfahre
n schwerer bestraft werden könne als ein anderer Angekla
...[+++]gter, der die gleiche Straftat begangen habe, und zwar lediglich aufgrund von Opportunitätserwägungen seitens der Staatsanwaltschaft.